Click here for English text.

Inloggen






Wachtwoord vergeten?

Laatste commentaren

Home arrow Weblog
Crisis? What crisis? Afdrukken E-mail
zondag 21 juni 2009
Op dit moment ontrolt zich in de wereld een crisis zonder weerga. Op het eerste gezicht gaat het ‘slechts’ over een kredietcrisis. Maar wie er even over nadenkt ziet dat deze kredietcrisis ook gevolgen kan hebben voor de veiligheidszorg. Je zou dus zeggen dat het daar inmiddels gonst van de bedrijvigheid om ons te prepareren op dat wat komen gaat. Pro-actief werken is immers het devies. Maar wie zijn oor te luisteren legt hoort slechts een onverdovende stilte. Crisis? What crisis?   

Wat we in de samenleving de komende tijd voor onze kiezen gaan krijgen wordt steeds helderder. Een verdubbeling van het aantal werklozen in pakweg anderhalf jaar tijd. Bedrijven die nauwelijks aan geld kunnen komen. Een explosie van faillissementen. Een overheid die waarschijnlijk óók stevig de buikriem moet aanhalen. En we weten niet wat de komende tijd nog meer voor ons in petto heeft.  Onderwijl gaat de veiligheidszorg door met het bijhouden van de juichstatistiekjes van de afgelopen jaren. Maar zou het kunnen zijn dat er binnenkort niks meer te juichen valt? Omdat criminogene factoren weer in kracht toenemen én de slagkracht van de veiligheidszorg vermindert? Het is dus de hoogste tijd te stoppen met turven. En te beginnen met vooruitzien.  Loopt door de werkloosheid wellicht binnenkort de vermogenscriminaliteit en andere illegale bedrijvigheid weer op? Leveren een hoger niveau van frustratie in de samenleving en ‘zondebokkerij’ meer geweldscriminaliteit op en radicalisering? Zien we – zoals Crimefighting-Kamerlid Teeven al waarschuwde - door faillissementen en geldgebrek in het bedrijfsleven meer fraude én meer toegangen voor ‘fout’ geld? Wat gaan migratiestromen doen en wat betekent dat voor veiligheid? En, zeker als de crisis verder uitdiept, ligt sociale onrust dan op de loer?   Aan de kant van de veiligheidszorg zelf valt op dat na de beurscrash het vertrouwen in de overheid  enorm is toegenomen. Maar is dat geen kortstondig rally-around-the-flag-effect? Waarna – net als in de periode na 2002 -  dat vertrouwen diep kan vallen? Met alle gevolgen voor (de professionals in) de veiligheidszorg van dien? En als geld het probleem is, in hoeverre kan dan de verleiding worden weerstaan te snijden in budgetten? Oók in die van de veiligheidszorg? Ik pik nu al de eerste signalen op dat dat niet het geval zal zijn.  Vragen, vragen, véél vragen. En nog relatief weinig antwoorden. Zeker geen onderbouwde. Nu is niets zo moeilijk als in de toekomst kijken. Maar het lijkt toch de hoogste tijd voor een systematische, strategische verkenning van wat ons ook maar te wachten zou kúnnen staan. 
 

De veiligheidszorg kan nú laten zien dat al dat geblaat van de afgelopen jaren over proactief werken meer was dan reclametaal. Een moderne veiligheid is op z’n toekomst voorbereid. Dat geldt zeker als die toekomst heftig is. Even overschakelen van daadkracht naar denkkracht dus. En wel nu!

(Deze column werd geschreven voor Crimelink Online Magazine, januari 2009)

Laatst geupdate ( zondag 21 juni 2009 )
 
De ontpretting van een volkssport Afdrukken E-mail
zondag 21 juni 2009
Met het invallen van de dooi is het weer afgelopen met de ijspret. Hoewel: pret? In de kranten viel minstens zoveel te lezen over chaos, risico’s en calamiteiten als over plezier. Dat is geen toeval: het is een reflectie van een bredere ontwikkeling. Daarom: “toon mij uw nationale volkssport, en ik zal u zeggen hoe uw samenleving over veiligheid denkt”. 

In de vorige eeuw was het schaatsleven nog simpel. Als het vroor, dan bond je de schaatsen onder.  Je keek zelf of het ijs sterk genoeg was, of je vroeg het aan een local. Als je niet wist wat ‘het ken net’ betekent had je een nat pak. Bad luck. En ja, elk schaatsseizoen schoven er wel een paar mensen dodelijk onder het ijs. Net zoals er mensen lelijk op hun snufferd gingen. Shit happens, dachten we dan. En we gingen nog eens pootje-over.  Kort na ‘Volendam’ kwam daarin verandering. Want snel daarna was één van de eerste ijsfoto’s in de kranten er niet één van zorgeloze schaatsers. Het was er één van brandweerduikers op het ijs, oefenend voor dat wat komen ging. Opvallend. Het markeerde een structurele verandering in de benadering van de ijspret. Even later bleken ijsclubs terughoudend te zijn geworden in het organiseren van toertochten. Kon men immers de veiligheid van de mensen wel garanderen? Het was een vraag die nooit eerder op de voorgrond stond. Nu wel. Dit jaar ging de ontpretting van het schaatsen in gezwind tempo door. De sloten waren nog niet dichtgevroren of de KNSB maande ons om vooral een helm te dragen. Het Journaal berichtte van vele gewonden die op het ijs zijn gevallen en van ambulances die de gewonden nauwelijks konden bereiken. Alleen omdat het even dooide chocoladeletterde De Wakkerste Krant van Nederland  “CHAOS OP HET IJS”.  En we begonnen vervolgens – oerhollands – ook maar over de centen. Wie na onvoorzichtig gedrag op het ijs gered moet worden, moest dat voortaan maar zelf betalen, zo opperde een ijverige brandweerbaas. Schaatsen was kennelijk echt een veiligheidsissue geworden. Is het ijs dan zoveel ijziger geworden, of het water zoveel natter? Natuurlijk niet. Wat we hier vooral zien is Risikogesellschaft im Praxis. Een samenleving in de ban van het risicodenken. Hoewel het woord samenleving hier wel enige nuance behoeft. Want het waren vooral bestuurders en media die het schaatsen bezagen vanuit het frame van de risico’s. Het volk ging gewoon lekker schaatsen. Maar daar zit ‘m nu net de kneep. Ik het waardeer dat bestuur en media oog hebben voor risico’s. Maar we dreigen collectief te vergeten that life is a dangerous thing. Met de risicofixatie van het politiek-publicitaire complex raken we de balans een beetje kwijt. Waardoor we, op vele terreinen, het kind met het badwater weg aan het gooien zijn. Ik hoop dan ook dat de dooi binnenkort ook het bestuurlijk risicodenken bereikt. Want dan kan pret wellicht toch gewoon pret blijven. 

(deze column werd geschreven voor Crimelink Online Magazine, januari 2009)
Laatst geupdate ( zondag 21 juni 2009 )
 
De collectieve amnesie van het oudejaar Afdrukken E-mail
zondag 04 januari 2009
De jaarwisseling brengt geweld, wanordelijkheden en….collectieve amnesie in de veiligheidszorg, zo bleek de afgelopen dagen. Waarom? Bestuur en media benadrukten dat nu voor het eerst niet meer lijdelijk zou worden toegezien op de traditionele ongeregeldheden. Er zou nu niets ontziend worden opgetreden, het langjarig gedogen was voorbij.  

Pardon? Klein storinkje van het collectieve geheugen wellicht? Nooit van de Haagse aanpak gehoord, die eind tachtiger, begin negentiger jaren werd ontwikkeld en breeduit door het land werd gekopieerd?  Waar het ministerie van BZK zelfs een aparte brochure aan wijdde? En waar veel van de maatregelen werden bedacht én uitgevoerd die nu ‘als nieuw’ worden voorgesteld? Of hebben we hier de beleidsmatige variant van witwassen te pakken?  

Het huidige oudejaarsoffensief is gebaseerd op de aanbevelingen van de commissie Overlast Jaarwisseling. Die benadrukt dat “oud en nieuw weer een feest moet worden”. Zelfs dát klinkt bekend. Het was immers het leidend thema voor de Haagse aanpak, zoals die onder slogans als ‘Prettig Uiteinde, Den Haag!’ en ‘Oud en Nieuw moet wel een geintje blijven’ vanaf 1986 werd uitgevoerd.  

Met de intensieve, vernieuwende, sterk integrale werkwijze werd in korte tijd een reductie van de vandalismeschade met 75% gerealiseerd. Het aantal gewonden onder zowel burgers als politiemensen nam spectaculair af. En de Haagse bevolking voelde zich significant veiliger. Laten we zeggen dat dat resultaten zijn waar het huidige offensief voorlopig nog een puntje aan kan zuigen…. 

De Haagse aanpak is indertijd grondig geëvalueerd. Een belangrijke les daaruit was dat het zaak is niet alleen maar de tanden te laten zien, maar dat het vooral ook nodig is de bevolking met een positieve boodschap breed te mobiliseren. Dat oud en nieuw weer een feest moet worden bereik je immers niet door alleen te roepen dat er snel en effectief gestraft zal worden…... 

Helaas, die les is inmiddels kennelijk geheel weggezakt. Als de commissie er überhaupt al kennis van heeft genomen. Want geheel in lijn met de tijdsgeest vaart zij nu vooral een repressieve koers. 

Laten we dan maar hopen dat een andere les wél bijblijft. En die is dat als je er niet elk jaar bovenop blijft zitten, de aanpak uiteindelijk routineus wordt en z’n kracht verliest. 

Dat laatste zou op termijn overigens wel een voordeel hebben. Want dan kunnen we over pakweg 20 jaar weer trots zeggen dat we nu écht voor het eerst werk van de jaarwisseling gaan maken. Geheugenverlies heeft immers ook zo z’n goede kanten……

(deze column werd geschreven voor www.crimelink.nl, januari 2009)
Laatst geupdate ( zondag 04 januari 2009 )
 
Het Nocebo-effect Afdrukken E-mail
zondag 04 januari 2009
Ook het decembernummer van ‘Psychological Science’ gezien? Of ligt het nog op de stapel voor de kerstvakantie? Zonde, want het bevat een mooi artikeltje over een experiment dat óók relevant is voor het denken over veiligheid en veiligheidsbeleving. 

Psychologen van Harvard deden een soort omgekeerd Milgram-experiment (het klassieke experiment waarbij proefpersonen denken dat zij aan een ander zware stroomstoten toedienen). Nu ging het echter niet om het géven, maar om het ontvángen van stroomstoten.  

En wat bleek? Mensen die een stroomstoot krijgen, ervaren meer pijn wanneer zij denken dat die stroomstoot hen expres wordt toegediend dan wanneer zij denken dat dit per ongeluk is. En terwijl de mensen uit de ‘per ongeluk’-groep langzaam aan de stroomstoten wennen, blijven de mensen uit de ‘expres’-groep de stroomstoten even pijnlijk vinden.      

Volgens de onderzoekers is er sprake van het ‘nocebo-effect’, als tegenhanger van het bekende placebo-effect. Bij het placebo-effect wordt pijn als gevolg van suggestie minder, zonder dat daar een fysieke verklaring voor is. Bij het nocebo-effect wordt de pijn dus juist erger.   

En waarom is dit (ook) relevant voor de veiligheidszorg? Omdat in de veiligheidszorg vaak niet wordt gesnapt waarom mensen zo zwaar tillen aan ogenschijnlijk beperkte criminaliteitsrisico’s. Dus wordt nogal eens geprobeerd mensen duidelijk te maken dat hun onveiligheidsperceptie of -beleving overdreven is, door de risico’s van criminaliteit af te zetten tegen andere risico’s. Zo is de kans om in het verkeer om het leven te komen vele malen groter dan om vermoord te worden. Dus stelt u zich  niet een beetje aan?  

Keer op keer blijkt echter weer dat dit soort objectiveringen niet werken. Daarom is al vaker geopperd dat ‘ervaren kwade intentie’ een autonoom effect heeft op de veiligheidsbeleving. Het Harvard-experiment biedt daarvoor nu steun.  

Ook bij veiligheidsbeleving moeten we dus rekening houden met dat nocebo-effect. Maar dan moeten we meteen ook over een ander aspect daarvan nadenken. Ik dacht zelf namelijk altijd dat criminaliteit uiteindelijk went. De resultaten van het Harvard-experiment geven aanleiding om ook die gedachte nog eens stevig tegen het licht te houden.   

(deze column werd geschreven voor www.crimelink.nl, december 2008)
Laatst geupdate ( zondag 04 januari 2009 )
 
Big Paper is watching you Afdrukken E-mail
zondag 04 januari 2009
Burgerparticipatie is op dit moment ‘hot’. Oók in de veiligheidzorg. Gemeenten zijn er druk mee bezig, de politie ontwikkelt experiment na experiment. Eén van de dingen die men wil bereiken is het beter benutten van de ogen en de oren van de burger. Met Burgernet lijkt dat al aardig te lukken. Maar dat is nog maar kinderspel.  

Want het moet toch ook mogelijk zijn om - als er ergens wat gebeurt -  meteen mee te kijken via camera’s van burger van burgers en bedrijven? Vooral de mobieltjes-met-camera’s bieden ongekende mogelijkheden. Want hoeveel zijn daarvan wel niet in Nederland? En waarom zouden we die dan niet gebruiken? 

Niet alleen de veiligheidszorg denkt zo. Ook de media. De traditionele media voelen de hete adem in de nek van YouTube, Twitter, blogs en ga zo maar door. Daar is ieder zijn eigen journalist. Als de klassieke media voor die ontwikkeling geen ruimte geven, dan pakken burgers die ruimte zelf wel. Tegelijk voelen de klassieke media grote druk om goedkoper te werken. Dus hebben zij minder journalisten, minder fotografen. Waarom dan de burger niet ingeschakeld? 

Dus biedt het Duitse blad BILD nu via de Lidl goedkope digitale camera’s aan. Voorzien van software om beelden te kunnen doorseinen naar de BILD-redactie. Waar voor bruikbare beelden meteen wordt betaald. “Zelf kunnen we niet alles coveren”, zegt Bild, “maar zo wel”. 

Wat dat in de praktijk zoal betekent merkte Kay van der Linde nog onlangs. Een paar onhandige opmerkingen die hij in een college voor studenten maakte, stonden even later in volle omvang op YouTube. Het kostte hem bij TON meteen de kop. ‘Besloten’ blijkt niet meer besloten, de grens  tussen backstage en frontstage vervaagt. De camera is overal. En niet alleen ‘Big Brother’, maar nu ook ‘Big Paper is watching you’.   

Ik word er niet vrolijk van. Want ik heb geen hoge pet op van de motieven die mensen drijven dit soort beelden de wereld in te slingeren. Die zijn immers eerder Warhol’s fifteen minutes of fame, de Testamentische drie zilverlingen of het banale ‘hoe kan ik jou een hak zetten’ dan de wil om bij te dragen aan een betere wereld. De ethiek waarmee het gebeurt wordt dan ook geschreven met de ‘e’ van economics en entertainment. 

En dan krijgen we dus nu ook nog steeds meer keuze. We kunnen kiezen of het plaatje naar YouTube gaat, GeenStijl, de politie of de krant. Met naar ik vrees één dominant criterium: waar heb ik het meeste lol van?     

Voorlopig krijg je mij dus de deur niet meer uit. Bezoekers fouilleer ik preventief op mobieltjes en andere gadgets. En ik heb zojuist een bivakmuts gekocht. 

(deze column werd geschreven voor www.crimelink.nl, december 2008) 
Laatst geupdate ( zondag 04 januari 2009 )
 
Wereldvreemd wij-zijdenken Afdrukken E-mail
zondag 04 januari 2009
De afgelopen weken hing Amsterdam vol met nieuwe posters. Daarmee wil de gemeente ons duidelijk maken dat alle gemeentelijke handhavers voortaan in één uniform gehuld zijn. Milieuagent, parkeercontroleur of marktmeester zien we niet meer in de meest verschillende uitdossingen. Nee, het motto is voortaan: one hobbezak for all. 

Maar het rare is: dat zeggen de posters niet. Wat ‘ie wel zegt? Welnu: 84% van de Amsterdammers houdt zich op straat aan de regels. De handhavers treden op tegen de rest.  

Wat is dit voor wereldvreemde malligheid? Is de campagne gemaakt door een reclamebureau uit Stadskanaal of zo? Door een creative director die Amsterdam alleen van horen zeggen kent? Of door een ambtenaar die net de LOI-cursus wishfull thinking heeft gedaan?   Wie ooit wel eens een Amsterdammer op een fiets heeft gezien weet wat ik bedoel. Anarchie op twee wielen is nog zachtjes uitgedrukt. En heeft u een Amsterdammer ooit wel eens voor een rood voetgangerslicht zien wachten? Een boekenbon voor de eerste waarneming! En zo kan ik nog wel even doorgaan. 

Kortom, die tekst is je reinste larie. Maar mijn echte bezwaar zit dieper. Die richt zich op de ándere boodschap die deze tekst uitdraagt. En dat is er één van wij-zij.  Diep van binnen koesteren we allemaal graag de gedachte dat criminaliteit en normafwijkend gedrag iets van een kleine groep anderen is. Zélf doen we daar natuurlijk niet aan, het is vooral die kleine groep anderen die de boel verziekt. Met dat comfortabele wij-zij-denken stellen we onszelf gerust. En maken we onszelf blind voor ons éigen regelovertredend gedrag.  

De harde waarheid is dat we allemaal regels overtreden. De ene wellicht wat meer dan de andere, en we verschillen vast ook in het type regels dat we breken. Maar breken doen we.  Als een handhaver ons daarop dan aanspreekt zijn we snel verbolgen. Het is al veel vaker geconstateerd, maar onze reactie is dan vaak: je mot mij niet hebben, joh, ga eindelijk eens wat aan die anderen doen! Dat maakt handhaving een steeds lastiger onderneming. En – in meer abstracte zin - maakt het het debat over (on)veiligheid steeds verder gepolariseerd.  

De Amsterdamse campagne versterkt nu domweg dat vermaledijde wij-zij-denken. Vergroot daarmee de handhavingsparadox. En ondersteunt – ongetwijfeld onbedoeld - de al zorgwekkende trend van polarisatie. Daar valt maar één ding van te zeggen: 84% van de reclamebureaus maakt doordachte campagnes. En in Amsterdam hangt nu de rest.

(deze column werd geschreven voor www.crimelink.nl, december 2008) 
Laatst geupdate ( zondag 04 januari 2009 )
 
Technocratie maakt meer kapot dan je lief is! Afdrukken E-mail
zondag 02 november 2008

Vandaag kreeg ik belangrijk nieuws. Er viel een envelop op de deurmat van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Met op de buitenkant in chocoladeletters belangrijk nieuws voor u over het electronisch patiëntendossier. Nieuwsgierig trok ik de envelop open. Binnenkort staan al mijn medische gegevens in het EPD, zo las ik. Toegankelijk voor alle medische zorgverleners. Da’s handig en voorkomt fouten.

 

Daar kan ik me best wat bij voorstellen. Maar het knaagt ook. Wil ik dat alles wat ik bespreek met mijn huisarts óók zichtbaar is voor anderen? Eigenlijk niet. Verzekeraars krijgen geen toegang, zo wordt verzekerd. Maar merk ik daar bij mezelf scepsis? Nú niet, denk ik, maar hoe zit dat over een paar jaar? Leer mij de ontwikkeling van dit soort systemen kennen! Zeker als een paar technocraten aan de knoppen worden gezet.

 

Maar dan lees ik dat het parlement nog over het EPD moet beslissen. Dat de Tweede en Eerste Kamer zich nog over het voorstel moeten uitspreken. Dat betekent dat het – in ieder geval formeel – dus nog maar helemaal de vraag is of en hoe het EPD wordt ingevoerd. De brief zet daarmee impliciet het parlement weg als quantité negligeable. Fijne boodschap, in deze tijd waarin de geloofwaardigheid van het parlement toch al onder druk staat!

 

Gelukkig is een telefoonnummer aangegeven waar ik vragen over het EPD kan stellen. Ik bel het. Een bandje laat me weten dat ik verbonden ben met het Informatiepunt BSN in de zorg en landelijk EPD. O, juist ??! Vervolgens schotelt een ander bandje me een meerkeuzemenu voor: “bent u een zorgconsument, toets 1”. Zorgconsument? Ik moet even nadenken. Ik ben vooral een betrokken burger. Maar deze New Public Management Newspeak slaat toch vast op mij. Welke autist heeft dit verzonnen? Is de klacht van de overheid niet juist dat burgers zich teveel als consument opstellen? Moet je me – in deze onbegrijpelijke insiderstaal - vooral zo gaan noemen!

 

Een ingrijpende operatie als de invoering van het EPD lukt alleen met een groot maatschappelijk draagvlak, dat met zorgvuldigheid, rechtsstatelijk zuiverheid en maatschappelijke empathie wordt opgebouwd. Waardoor mensen het gevoel krijgen dat hun gegevens werkelijk veilig zijn, met grote zorgvuldigheid behandeld worden. Maar hier is een technocraat aan de slag, zonder gevoel voor maatschappelijke impact. En kort gezegd: daar draag ik mijn gegevens niet aan over!   ~

Laatst geupdate ( zondag 04 januari 2009 )
 
Institutionele hufterigheid Afdrukken E-mail
woensdag 18 juni 2008
(Februari 2008) “De overheid draagt zelf bij aan de hufterigheid in de samenleving”, zo stelde Ombudsman Brenninkmeijer vorige week. “Een overdreven verhaal”, viel daarop vanuit diezelfde overheid te horen. Daarmee mist zij een kans om de discussie over de hufterigheid een stap vooruit te brengen. Want wie niet bereid is de balk in zijn eigen ogen te aanschouwen, verliest het gezag om ook over andermans splinter te beginnen. Maar mist vooral ook de essentie van het probleem.  


De overheid draagt zelf bij aan de verharding van de samenleving, zo waarschuwde ombudsman Brenninkmeijer vorige week bij de presentatie van zijn jaarverslag. In toenemende mate constateert hij immers een harde, onpersoonlijke, op wantrouwen gestoelde behandeling van de burger. Die valt mede te verklaren uit de steeds onpersoonlijker, marktgerichter manier waarop de overheid te werk gaat. New Public Management brengt kennelijk ook New Public Manners. Waarmee die overheid  onbedoeld zelf bijdraagt aan de afbreuk van maatschappelijk vertrouwen.

 

Brenninkmeijer is zeker niet de eerste die dit zegt. Twee weken ervoor publiceerde Jos van der Lans zijn nieuwste boek: Ontregelen: de herovering van de werkvloer, met daarin precies dezelfde boodschap: overheid, let op uw saeck, want u werkt vooral op basis van geformaliseerd wantrouwen. En daarmee verergert u slechts de kwaal. Eerder wezen bijvoorbeeld al (oud-senator) Wolfson en (beleidsonderzoeker) van Dijk op het belang van een respectvolle wederkerigheid in de relatie tussen overheid en burger. Zij lieten zien dat die wederkerigheid in toenemende mate onder druk staat.

 

Tot nu toe lijkt die boodschap echter niet door te komen. “Een zwart-wit-verhaal”, zo liet Balkenende in antwoord op Brenninkmeijers boodschap dan ook weten. En minister Donner gaf in de Herzberglezing 2007 al aan dat het eens uit moest zijn met het azijnpissen tegen de overheid. Want dat zou het vertrouwen in die overheid alleen maar ondermijnen.

 

Maar met die houding wordt een kans gemist. Zeker tegen de achtergrond van het Nieuwe Paternalisme dat zich van onze overheid lijkt meester te maken. In toenemende is er immers sprake van een overheid ‘met opgeheven vingertje’. Van een overheid die pleit voor een ‘beschavingsoffensief’, responsabilisering van de samenleving, ‘actief burgerschap’, aanpak van publieke hufterigheid en herstel van maatschappelijk vertrouwen. Daarin ligt vaak impliciet de suggestie besloten dat het met de beschaving, het vertrouwen, de verantwoordelijkheid van die overheid wel goed zit. Dat nu toont een gevaarlijk gebrek aan zelfreflectie.

 

Want wie niet ziet dat publieke hufterigheid zijn tegenhanger heeft in institutionele hufterigheid, wie niet ziet dat een roep om responsabilisering (van de burger) slechts zin heeft als ook responsiviteit (van instituties) in de discussie wordt betrokken, wie niet ziet dat je niet kunt praten over herstel van onderling vertrouwen, zonder te onderkennen dat veel overheidssturing en –controle inmiddels op louter wantrouwen is gebaseerd, ziet maar de helft van het probleem. Dus ook maar de helft van de oplossing. En is gedoemd een roepende in de woestijn te blijven, die uiteindelijk slechts meewarig zal worden aangekeken.

 

De vraag is nu wanneer die boodschap doorkomt. Het heeft mij altijd verbaasd hoezeer grote organisaties kennelijk werken als een mental prison, van waaruit het lastig is een reëel beeld van de werkelijkheid buiten die organisatie te vormen. De logica van het eigen systeem vertroebelt het zicht op de logica van de buitenwereld. Is het niet veelzeggend dat minister Guusje ter Horst pas zag dat de maatschappelijke verruwing ook de overheid is doorgedrongen, op het moment dat die verruwing door haar ‘eigen’ ambtenaren tegen haarzelf werd aangewend? 

 

Kijk ook eens naar de manier waarop wordt omgegaan met het unicum in de recente veiligheidshistorie: de gestage afname van de criminaliteit. Bestuurders en beleidsmakers verdringen zich om deze afname op hun conto te schrijven. En sporen tegelijk burgers en bedrijven aan éindelijk eens hun verantwoordelijkheid te nemen. Maar wetenschappelijk gezien begint het idee steeds meer post te vatten dat de daling vooral aan juist die burgers en bedrijven zelf te danken is. Door de preventieve maatregelen die zij al jaren lang op eigen gelegenheid nemen. Hoezo moeten burgers actief worden? Dat zijn ze allang! Alleen is dat voor de overheid kennelijk lastig om in te zien.

 

Iets minder zelfgenoegzaamheid, iets meer zelfreflectie, iets minder self-centerdheid zou dus goeddoen. Net als iets minder lange tenen. Want de institutionele hufterigheid die Brenninkmeijer constateert geldt zeker niet alleen de overheid. Hij doet zich net zo goed voor in organisaties van semi-overheidsorganisaties, hoger onderwijs of de nieuwe privaten. Wie de laatste tijd wel eens zaken heeft gedaan met KPN weet wat ik bedoel.

 

De discussie rond publieke hufterigheid is gebaat met twee zaken: connessione (het vermogen om het geheel – en de onderlinge verbanden - te kunnen zien) en moreel leiderschap. Het eerste is nodig om de juiste interventiestrategie te kunnen kiezen, het tweede om het debat daarover aan te kunnen zwengelen. Op beide aspecten maakt de overheid nu geen sterke indruk.

 

Hufterigheid is een uitvloeisel van de huidige inrichting en waarden van onze samenleving als geheel, een bijproduct van het systeem in al zijn facetten. En komt daarmee helaas ook in alle uithoeken van dat systeem tot uiting. Oók bij de overheid. Wie het eigen aandeel daarin niet wil zien, zal een adequate oplossing nooit vinden. En mist vooral het gezag om daarin voorop te gaan.        

Laatst geupdate ( zondag 04 januari 2009 )
 
Af van de flutboetes Afdrukken E-mail
vrijdag 07 december 2007
“Wat zijn de top-drie ergernissen van verkeersdeelnemers?”, zo vroeg VVD-Kamerlid Paul de Krom zich gisteren bij de begrotingsbehandelingen van Verkeer en Waterstaat af. Hij gaf zelf maar het antwoord: door-rood-rijders, bumperklevers en….flutboetes. Om aan die laatste ergernissen wat te doen stelt hij voor de lichtere snelheidsovertredingen op de snelweg voortaan maar door de vingers te zien. Binnenkort zal minister Eurlings op zijn voorstel reageren. Maar het antwoord laat zich al raden….  

De Krom is niet de eerste die voorstelt om eindelijk eens wat aan de strenge aanpak van de kleine verkeersovertredingen te doen. Een paar jaar geleden stelde (toenmalig) korpschef Pier Eringa al voor te stoppen met de vele bekeuringen voor – wat hij noemde – “lullige overtredingen”. Aan de veiligheid droegen ze niet bij en het effect op het imago van de politie was naar zijn mening desastreus. Inmiddels blijkt uit diverse onderzoeken hoezeer hij op dit laatste punt gelijk heeft. Sinds de handhavingtouwtjes zijn aangetrokken is onder de bevolking een beeld ontstaan dat veel kleinere boetes niet worden gegeven omwille van de veiligheid, maar om politietargets te halen en de staatskas te spekken. En dat dat beeld dodelijk is voor de legitimiteit van de boetes, de boete-opleggers en de boete-bedenkers laat zich raden. Terwijl we aan de legitimiteit van en het vertrouwen in overheidsinstanties net zoveel waarde zijn gaan hechten. En terwijl het met een beetje vernuft ook nog zóveel handiger op te lossen is.

Maar bestuurders en beleidsmakers roepen dan bijna beledigd ‘ dat het ook nooit goed is’. Volgens hen wil de burger immers wél wil dat er steviger wordt opgetreden, maar dan natuurlijk niet tegen hem- of haarzelf.  Dat beeld zet de burger als verwende puber, waarmee je als bestuurder natuurlijk geen rekening kunt houden. Iets meer zelfreflectie zou geen kwaad kunnen. Uit onderzoek van Van Dijk c.s. blijkt immers ook dat ‘de gemiddelde burger’ bekeuringen wel degelijk accepteert, als die maar ergens over gáán. En als die maar vanuit de juiste aanleiding en op een normale manier worden gegeven. Niet vanwege targets, niet vanwege financiën, maar vanwege een duidelijk veiligheidsbelang. 

Dat laatste in toenemende mate betwijfeld kan worden is géén hersenspinsel van een verwende burger. Want nogal wat politiemensen geven bijvoorbeeld volmondig toe dat het de afgelopen jaren te vaak is voorgekomen dat agenten bonnen schreven met het target als primaire drijfveer. Ze geven ook aan dat er door de politieleiding wel is gestuurd op de kwantiteiten, maar dat sturing op de kwaliteit daarbij nogal eens achterwege is gebleven. En kijk nu naar het voorstel dat minister Hirsch Ballin twee weken geleden nog deed. Hij wil de verkeersboetes met nog eens 20%  verhogen. Niet omdat het met het verkeersgedrag de spuigaten uitloopt, maar omdat het kabinet nog ergens 90 miljoen vandaan moet halen. (Verkeers)handhaving toch als incassomethodiek?.  

Hoeveel onzuiverheid kan onze verkeershandhaving velen? En hoe lang? Maak nu eindelijk eens een einde aan het gezeur over deze verder zo kleine zaken. Hoe? Haal allereerst die 90 miljoen ergens anders vandaan. Want handhaving en financiële drijfveren gaan niet samen. Investeer in de kwaliteit en niet meer alleen in de kwantiteit van het verbaliserend gedrag van handhavers. En vooral: investeer eens een heel klein bedragje in de automatiseringssystemen van het CJIB. Want mensen zoeken vooral redelijkheid, en die redelijkheid is heel eenvoudig te geven. Bouw een staffel in de afdoening van de kleinere verkeersovertredingen door het CJIB. Heeft u - in een te bepalen periode - de eerste keer zo’n flut-overtreding gemaakt? U krijgt een brief van het CJIB met dank voor uw fijne verkeersgedrag van de afgelopen tijd, en een vriendelijk verzoek voortaan beter op te letten. De tweede flutovertreding? Een symbolische boete. De derde keer? Sorry, maar u ontkomt niet nu niet meer aan een - voor mijn part stevige - bekeuring. Het aardige van het systeem is dat het niet alleen de mogelijkheid biedt de incidentele misser van “ de goedwillende burger” vriendelijk door de vingers te zien. Het biedt óók nog eens de mogelijkheid de notoire overtreder ( de ‘veelpleger’) van verkeersregels steviger dan te pakken dan nu het geval is. Want ook dát ontbreekt nu nog. Kortom, maak de handhaving weer zuiver en maak de handhaving redelijk. Daar hebben zowel de gehandhaafden, áls de handhavers áls het aangezicht van de overheid als geheel het grootste belang bij.  

Marnix Eysink Smeets 
Lector Public Reassurance Hogeschool INHOLLAND      
Laatst geupdate ( maandag 10 december 2007 )
 
De andere kant van de affaire Depla Afdrukken E-mail
donderdag 29 november 2007

Gisteren vond in de Nijmeegse gemeenteraad het debat plaats over de vermeende affaire van Stef Depla. Had hij nu wel of niet seks gehad in de gemeentelijke fietsenstalling en kon dat nu wel of niet door de beugel. Depla nam een principieel standpunt in: privé is privé, dus het gaat u niets aan. Dat standpunt zou wat mij betreft veel vaker ingenomen mogen worden. Maar in dit specifieke geval valt er ook wel wat op af te dingen. Van een ambtsdrager mag immers op de plek van diens ambtsuitoefening een zeker decorum worden verwacht. Maar alla.

 

Wat echter opvalt is dat een andere vraag die uit de affaire oprijst nergens wordt gesteld. Dat is wie in dit geval eigenlijk zijn ambtsgeheim heeft geschonden. En of dat wel zomaar onbenoemd en onbesproken kan worden gelaten. Depla zou immers waargenomen zijn via een bewakingscamera. Die worden meestal uitgekeken door bewakers of door andere functionarissen met een geheimhoudingsplicht. Het gebruik van de camera’s heeft ook een duidelijk en strikt doel: het bewaken van de veiligheid. Niets meer en niets minder. Het kan niet bestaan dat die camera’s óók worden toegepast voor een ander doel: het voeden van het roddelcircuit. Dat lijkt wellicht een naïef standpunt, maar naar mijn smaak is het zaak hier erg strak in de leer te blijven.

 

In Groot-Brittannië staat inmiddels 1 camera op elke 16 inwoners. Ook bij ons is de groei van het aantal camera’s explosief. Wie dan niet heel goed bij de les blijft, zal zien dat het middel uiteindelijk erger zal zijn dan de kwaal.  

Laatst geupdate ( zaterdag 08 december 2007 )
 
De regeringsverklaring: ook het einde van een periode van relatieve rust? Afdrukken E-mail
donderdag 01 maart 2007
Vandaag de regeringsverklaring. Ik kijk naar het debat. Het begin van een nieuwe fase. Maar dus ook het einde van de vorige. Opeens realiseer ik me dat ik die periode – van eind november tot nu – eigenlijk als een periode van weldadige rust heb ervaren. Word ik oud en der dagen zat?  Wellicht. Maar hoe meer ik er over nadenk, hoe meer het voor mij toch zit in de opgefokte hakketakkerigheid die de laatste jaren uit Den Haag afstraalde. De schandalen, maar vooral ook de pseudo-schandalen. De spoeddebatten, met het debat ogenblikkelijk na de Schipholbrand als één van de treurigste voorbeelden. De brandweer stond nog te blussen…. En om het af te toppen de toon in de laatste verkiezingscampagne, die van een niet eerder vertoonde hard- en felheid was.  Tja….fatsoen moet je doen.  

De laatste tijd lijkt het vertrouwen in de politiek wat te zijn opgekrabbeld. Dat zóu, zoals door sommigen wordt verondersteld, een verdienste kunnen zijn van het nieuwe kabinet. Dat heeft immers woorden gesproken die perfect aansluiten bij de tijdgeest. Maar zou dat het echt zijn? Stiekem hou ik rekening met het feit dat de reden veel platvloerser is. Dat veel meer mensen net als ik even zijn ‘bijgekomen’ van die afgelopen periode. Als de Siamese tweeling van Kamer en Media de komende tijd de draad weer oppakt waar zij hem na november lieten liggen, zou het vertrouwen dus ook zo weer weg kunnen smelten.  

Ik zal – uit het oogpunt van vertrouwen - al blij zijn als de komende tijd de bijl wordt gezet in één traditie: die van het spoeddebat. Ik heb altijd geleerd dat je bestuurders altijd achteraf moet controleren. Niet ‘tijdens’. Want dan kunnen ze niet besturen. Spoeddebatten zijn ook meestal slechts voor de bühne. Maar het middel is erger dan de kwaal. Bij een recente crisis in de samenleving moest ik tot mijn schrik constateren dat bewindspersonen die crisis vooral ervoeren in termen van ‘hoe houd ik de Kamer uit mijn nek’ in plaats van in termen van de crisis die zich op dat moment in de samenleving afspeelde. Dus waren de maatregelen ook gericht op die politieke crisis in plaats van op de maatschappelijke. Dat is funest voor de kwaliteit van het landsbestuur. En ondergraaft uiteindelijk op den duur ook altijd de geloofwaardigheid. Wat het de komende tijd wordt? De tijd zal het leren…
Laatst geupdate ( vrijdag 07 december 2007 )
 
Weeralarm, of: hoe elke oplossing zijn eigen probleem genereert Afdrukken E-mail
donderdag 08 februari 2007
Vandaag vroeg met de trein op pad voor een reis door het halve land. Het KNMI geeft weeralarm. Er wordt in de middag 5-10 cm. sneeuw verwacht. Ik ben verbaasd. Weeralarm voor 5-10 cm sneeuw? Wat is er aan de hand in dit land? 

Op het station blijkt dat om 09.00 uur ’s ochtends al veel treinen uit de dienstregeling zijn gehaald. In de trein waarschuwt de conducteur via de intercom dat de terugreis later op de dag niet verzekerd is. Om mij heen bellen mensen koortsachtig afspraken af. Op het volgende station verlaten zij de trein om maar weer terug te gaan naar hun startplaats. Mijn verbazing groeit verder. Vanwege 5-10 centimeter sneeuw? 

’s Middags sneeuwt het gezellig. Ik loop over een laagje knisperende in een Anton Piecklandschap. Ik pak de trein weer terug en kom met minimale vertraging weer thuis. Dat heb ik helaas met beter weer wel anders meegemaakt. Doe mij vaker een weeralarm! Thuis rept het journaal van een uitzonderlijk rustige avondspits. De waarschuwingen zijn ter harte genomen, scholen sloten vroeg hun deuren, werknemers gingen eerder naar huis.  Voor 5-10 centimeter sneeuw? Vroeger ging ik dan ook eerder naar huis. Maar niet vanwege het gevaar, maar vanwege het plezier. Sleeën! 

Het is te gemakkelijk om te zeggen dat het weeralarm overdreven was. Want wat was er gebeurd als het weeralarm niét gegeven was. Niemand zal het weten. Maar het is wel duidelijk dat zo’n alarm een heel eigen dynamiek genereert. Zéker kort na het weeralarm voor de storm van 18 januari. Zo’n incident heeft kennelijk z’n eigen halfwaardetijd, en die was duidelijk nog niet versterken. Het nieuwe weeralarm kwam dus terecht op de na-effecten van het vorige. Je hebt dus dikke kans dat wanneer binnen relatief korte tijd weer een weeralarm volgt dat terechtkomt in de na-effecten van deze. Met als gevolg dat mensen het dit keer weer mínder serieus nemen. Een dreiging van alarm-inflatie, zou je kunnen zeggen. Stoppen dan maar met het alarm? Nee. Maar het valt wel te overwegen het alarm in gradaties te geven. Zoals storm wordt verdeeld in storm, zware storm en zeer zware storm zou ook het weeralarm bijvoorbeeld drie gradaties kunnen kennen. Dan is een ieder wellicht beter in staat daarop gepast te reageren.  En behoudt het alarm z'n gewenste kracht. 
Laatst geupdate ( vrijdag 07 december 2007 )
 
Geen rotsvast vertrouwen in de overheid? Afdrukken E-mail
zondag 15 oktober 2006
Vandaag gaan kijken op IJburg, waar net de inschrijving op ‘waterkavels’ is geopend. De gelukkigen mogen op zo’n kavel hun eigen ‘waterwoning’ bouwen. De vrijheid van het water, maar dan met het comfort van een huis. Voor de echte woonschipbewoner – ik woon al jaren op een schip - is dat eigenlijk vloeken in de kerk. Maar je moet toch wát, als je net gezinsuitbreiding hebt gekregen en tóch in de buurt van het water wilt blijven.  

De kavels in IJburg liggen in een binnenhaven. Dwars over die binnenhaven loopt een hoogspanningsleiding, opgehangen aan een paar gigantische masten. De gemeente geeft aan dat “de afstand van de bebouwing tot de mast voldoet aan de richtlijnen van VROM in relatie tot de toegelaten stralingsintensiteit bij wonen in de nabijheid van hoogspanningslijnen”. Toch merk ik dat ik zelf meteen voorzichtig word. En als ik een drijvende modelwoning bezoek merk ik dat ook hier veel over de masten gesproken wordt. Een verkoper zegt me dat veel mensen de modelwoning binnenlopen, naar de masten kijken en meteen weer omdraaien. “Als de masten er niet hadden gestaan waren er twee keer zoveel inschrijvingen op de kavels geweest”, zo meent hij.  

Een onbetekenend voorval, wellicht, zo op de zondagmiddag. Maar mij zette het aan het denken. Er wordt dus kennelijk weinig geloof gehecht aan de betrouwbaarheid van de richtlijnen van VROM. “Dat kunnen ze wel zeggen, maar wij geloven het niet”, is bij veel mensen kennelijk de reactie. En, eerlijk is eerlijk, ook bij mij.

Nu is vertrouwen natuurlijk een tweezijdig begrip. Dit voorval zegt dus iets over overheid én burger. Of, afhankelijk van het vertrekpunt, over burger én overheid. Nu zijn 'wij burgers' steeds neer gewend onze eigen afwegingen te maken, onze eigen conclusies te trekken (ook gestimuleerd door de overheid overigens, kijjk bijvoorbeeld naar de gevolgen van het stimuleren van 'marktwerking'). Maar dat is bij de 'ongrijpbare risico's waar het hier over gaat tegelijkertijd nauwelijks mogelijk. Daar zit dus al het eerste ingebakken knelpunt. Hoewel we dus geleerd hebben steeds meer op onszelf af te gaan moéten we hier dus wel vertrouwen op de overheid. Dan gaat zich wreken dat er de afgelopen jaren teveel signalen zijn geweest dat de veiligheid óók bij die overheid niet altijd in goede handen is. Zie laatstelijk nog de Schipholbrand. Ook de overheid laat andere belangen soms voorgaan in een afweging die naderhand op z'n minst discutabel blijkt. Dat heeft een eroderende werking op het vertrouwen in die overheid. Vertrouwen dat, kijkend naar de laatste onderzoeken, overigens weer enigszins aan het herstellen lijkt. Maar kennelijk hebben we nog een lange weg te gaan....   
Laatst geupdate ( vrijdag 07 december 2007 )
 
Weblog 1 Afdrukken E-mail
zondag 15 oktober 2006
Laatst geupdate ( vrijdag 07 december 2007 )